Soorten Scoliose

Scoliose is in te delen in vier soorten: idiopathisch (oorzaak onbekend), congenitaal (aangeboren) neuromusculair (door spier/zenuwaandoening) en degeneratief (door veroudering).

 

Idiopathische scoliose

Idiopathisch betekent zonder bekende oorzaak. In de meeste gevallen (ongeveer 80%) vindt men geen oorzaak voor de scoliose, wat niet wil zeggen dat er geen oorzaak is. De oorzaak is door de wetenschap nog niet ontdekt. Er zijn wel aanwijzingen dat er sprake is van meerdere oorzakelijke factoren, waaronder een erfelijke factor, mogelijk in de vorm van verzwakking van het bindweefsel en een neurologische factor in de vorm van een stoornis in het centrale zenuwstelsel. Bij de idiopathische scoliose zijn de spieren en wervels aanvankelijk normaal aangelegd, maar er ontwikkelt zich tijdens de groei een vervorming/kromming.

 

Congenitale scoliose

Congenitaal betekent aangeboren. De congenitale scoliose ontstaat door één of meerdere aangeboren wervelafwijkingen, zoals halve wervels, of wervels die aan één kant aan elkaar vastgegroeid zijn. Veel congenitale afwijkingen zitten op meer dan één plaats in de wervelkolom. Deze afwijkingen ontstaan tijdens de eerste weken van de zwangerschap, en dat betekent (in tegenstelling tot de idiopathische scoliose) dat ze bij de geboorte al aanwezig zijn. Een oorzaak is bijna nooit bekend. Sommige congenitale scolioses blijven vrijwel onopgemerkt, andere leiden tot ernstige lichamelijke gebreken en cosmetische afwijkingen. Circa 20% van de mensen met congenitale scoliose heeft ook een congenitale afwijking aan hart of urinewegen/nieren.

 

Neuromusculaire scoliose

Neuro betekent zenuw, musculus betekent spier. Neuromusculaire scoliose ontstaat door het krachteloos of verlamd zijn van spieren of spiergroepen. In de Engelstalige literatuur wordt ermee bedoeld alle zenuw- en spierziekten (bv spasticiteit, spina bifida, spierziekten). In Nederland wordt in het algemeen meer specifiek de spierzwakte groep bedoeld, dat wil zeggen spierziekten als de ziekte van Duchenne en de Spinale Musculaire Atrofie.

 

Degeneratieve scoliose

Er zijn twee typen degeneratieve scoliose

  1. Degeneratie (slijtage) van een scoliose die al lang bestaat, bijvoorbeeld een idiopathische scoliose.
  2. Een nieuw ontwikkelde scoliose op volwassen leeftijd (meestal > 45 jaar) bij mensen die als kind en jong volwassene een normale wervelkolom hadden. Een degeneratieve scoliose ontstaat in de volwassenheid door veroudering en slijtage (artrose) waarbij bijvoorbeeld een wervelverschuiving optreedt, er een inzakking van een tussenwervelschijf ontstaat en soms bij osteoporose. Deze scoliose betreft doorgaans de lendenwervels en leidt vaak tot pijn en bewegingsbeperking. Meestal gaat dit gepaard met vernauwing van het wervelkanaal met zenuwbeknelling en pijn. Een degeneratieve scoliose kan snel in ernst toenemen.

 

Houdingsscoliose

Naast ‘echte’ (structurele) scoliose, bestaat (niet-structurele) houdingsscoliose. Deze verkromming ontstaat door een verkeerde houding. Vaak komt het doordat je benen niet even lang zijn. Je rug probeert het lengteverschil te compenseren en groeit daarom scheef. Om dit te verhelpen, krijgen patiënten speciale houdingstherapie en -oefeningen.